Mijn wilde plannen voor bloggen in België zijn jammerlijk mislukt. Het is een cliché maar daarom niet minder waar: de tijd vliegt. Zeker wanneer je zoveel leert op de redactie van De Tijd. In dit blog neem ik je in vogelvlucht mee naar mijn avontuur als stagiair en als tijdelijk inwoner van Brussel.

Hoe het begon
Eind januari zette mijn vriend en zijn broer mij af bij een smoezelig huis aan de rand van de wijk Ukkel in Brussel. We pakten de volgeladen auto uit en brachten mijn spullen naar mijn tijdelijke kamertje. Over twee weken was mijn permanente kamer pas beschikbaar. Om niet op de dag van mijn eerste stagedag te hoeven verhuizen, kreeg ik deze kamer aangeboden. Een grappig, donker kamertje met eigen badkamer. Dat wil zeggen, je kon vanaf het toilet mijn bed zien en vanuit bed het toilet ruiken

Toen mijn verhuizers aan hun lange tocht naar Nederland begonnen drong het tot me door: ik woon nu hier! Onwerkelijk, beangstigend zelfs. Maar ook leuk en opwindend. De laatste twee vrije weken voor mijn stage begon deed ik een poging Brussel te leren kennen. Ik nam eerst de trein en daarna de handigere tram naar Sint-Gilles Voorplein en het centrum. Ik ontdekte leuke cafeetjes om te werken, maar de stad leren kennen kwam pas later. Door de tijd heen leerde ik behalve Sint-Gilles ook mijn nu favoriete plek Marollen in Hallepoort kennen en helemaal aan het eind het leuke centrum van Molenbeek. Het centrum is me altijd een beetje te toeristisch geweest, ik ga liever naar obscure plekken.

Stage
Twee weken na mijn verhuizing was het gedaan met het rondlummelen en moest er gewerkt worden. Mijn stage is vanaf het begin een fijne ervaring geweest. Goede balans tussen begeleiding en zelfstandigheid. Al snel kreeg ik mijn eerste opdrachten en haalde ik mijn kennis over het programma R weer boven. Programmeren vergt veel oefening en frustratie, maar zodra je de basis onder de knie hebt geeft het je ook veel terug. Ik kan nu uitgebreide datasets opschonen (zodat de data betrouwbaar is) en analyseren. Een skill die heel waardevol gaat zijn voor de rest van mijn carrière. Het meest trots ben ik op de productie over criminelen in Dubai. Lars Bové schreef dit artikel met cijfers uit mijn data-analyse. Afgelopen week ronde ik mijn stage af met een flipping 9!

En wat deed ik verder in Belgiëland?
Naast stage volgde ik een hele tijd bokslessen, in het Frans wel te verstaan! Ik leerde daardoor wat boks-gerelateerde Franse woorden en had zo iets te doen in mijn vrije tijd. Ik merkte halverwege het avontuur dat ik me eenzaam begon te voelen. Alles was ‘na de pandemie’ weer open, maar ik had geen vrienden om daarvan te genieten. Af en toe ondernam ik wat met mezelf: ik ging naar een feest, bezocht een film of museum. Maar ik ben extravert en hunkerde naar mensen

Ik ben daarom wat vaker naar Nederland gegaan en heb wat vrienden in Brussel ontvangen. De eindigheid van deze periode zorgde ervoor dat ik minder investeerde in contacten hier en tegelijkertijd gaf het me het vertrouwen dat ik straks wat minder eenzaam zou worden. Het was in elk geval een leerzame periode.

Wat ik niet ga missen
Hoe leuk ik Brussel ook vind, er zijn zeker ook dingen die ik niet ga missen. Te beginnen met een op het eerste oog banale maar belangrijke zaak: kraanwater. Ik ben niet heel kieskeurig als het om water gaat en drink gerust met een waterfilter uit een riviertje tijdens een hike. Maar het kraanwater in Brussel is niet hetzelfde als in Nederland. Toen ik weer Nederlands kraanwater dronk, dacht ik dat het gefilterd mineraalwater was, zo groot was het verschil

Ook ga ik het slechte aanbod aan veganistisch eten niet missen. Tofu of tempé, producten die ik als veganist vaak eet, zijn duur en niet altijd te koop. Groente, fruit en noten zijn bij de buurtsupers in mijn buurt echt niet goedkoop. En dan die vervloekte vleesvervangers (die sowieso niet echt gezond zijn): vreselijk duur. Ook in kantines en cafés zijn er weinig veganistische opties. Ik at zelfs ergens waar niet eens een vegetarische optie was. Ik kan niet wachten tot ik voor een fijne prijs weer dier- en milieuvriendelijk kan eten!

Iets anders dat ik niet ga missen zijn de ontelbare daklozen. Het is schrijnend en confronterend. Meerdere keren heb ik eten voor iemand gekocht, geld gegeven of even gepraat. Maar de combinatie van machteloosheid en schuldgevoel zijn lastig te accepteren. Hoewel ik het niet ga missen, denk ik dat daklozen zien (lijden) wel iets belangrijks doet in de maatschappij: het confronteert en maakt bewust. In Nederland zijn er misschien niet zoveel daklozen te zien, maar ze zijn er wel. Alleen wij moffelen ze weg. Zien dat het mis gaat in de maatschappij doet mensen hopelijk beseffen dat er iets moet veranderen. Naast deze problemen zijn mijn first-world-problems als weinig plantaardige opties kunnen vinden gênant.

En nu?
En wat ga je nu doen, is vaak de vraag wanneer ik vertel over dit avontuur. Nu ben ik aan het afstuderen van mijn opleiding tot journalist in Tilburg. Het enige dat ik nog moet doen is een eindpresentatie geven en kritische vragen beantwoorden van docenten over mijn portfolio. Een spannend twee uur durend gesprek dat binnenkort plaatsvindt. Als ik dat haal, ben ik afgestudeerd. En daarna… Ja, daarover later meer!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *