Deze tekst schreef ik voor de wedstrijd Kunstbende Overijssel en won hiermee de derde prijs in de categorie taal. Laat me weten wat je er van vond!

Notities niets meer dan een welbespraakt puberaal dagboek, over een eerste echte verliefdheid die hoop in echte liefde heeft aangewakkerd, doch heeft geblust.

Ik hou niet van je, maar je bent wel heel mooi

Hoe die glimlach niet van mijn gezicht te slaan was. Hoe ik keek, was zoals mensen dat noemen: Verliefd zijn. Denk ik.

Concentreren is echt moeilijk als je hoofd vol zit met iets.
Iemand.
Jou.

Mijn scharrel, die zou ik doen. Jou zou ik beminnen. Als ik dat woord mag gebruiken. Jij bent misschien wel dat gekke gevoel in mijn buik als ik boven in de achtbaan zit.

Je staalblauwe ogen kijken recht naar mijn ziel. Je ogen doorboren mij. Ik wil niet ongemakkelijk weg kijken. Ik wil je aan kijken, echt kijken. Dit is verliefd worden. Iemand volledig adoreren.

Ik hou van de comfortabele, maar gespannen sfeer tussen ons. Ik hou ervan wanneer je mij aan kijkt en je mij langzaam streelt terwijl ik een verhaal vertel, waardoor ik de draad kwijt raak. Ik hou ervan hoe je langzaam naar me toe buigt en me kust. Hoe je glimlacht als we elkaar weer aankijken.

Ik tease je en jij doet het net zo hard terug. Dat is het spel. Ik ken de regels niet.

In jouw aanwezigheid weet ik plotseling niet meer hoe ik me moet gedragen. Alles wat ik doe analyseer ik kritisch, achteraf. Het is alsof ik stomdronken ben, geen controle meer heb, niet meer wetend hoe normaal doen moet. Maar altijd achteraf.

Mag ik van je houden, uiteindelijk? Ik wil je niet alleen maar ‘doen’. Ik wil bij je zijn, je aanwezigheid opnemen, met je samen smelten. Op je bank zitten en met mijn hoofd op je schouder leunen.. Alle vezels in mijn lichaam willen je.

Niet te hard van stapel lopen, hoor ik achter in mijn hoofd.

 

Deel 2

Ik hoor het je nog zeggen. ‘Wij worden geen vriendje en vriendinnetje denk ik’. Auw. Oké. Chaos overspoeld. Ik ben keihard afgewezen.

Bot en kort. Dringend de tranen verzoeken terug mijn hoofd in te gaan.

Onverwacht. Maar wat kan ik nog verwachten.

Stomme kut gevoelens, stomme, fijne gevoelens voor jou. Mijn gedachten lopen door elkaar. Het doet nog steeds pijn. Gevoelens uitschakelen. Ik schakel mijn band uit met jou.

Met andere mensen kan ik het heel goed vinden. Maar dat wat ik met jou heb is zoveel sterker, dat is
onbeschrijfelijk. Dat stomme, nutteloze sprankeltje hoop. Waarom ben je zo je verschrikkelijk leuk. Ik haat het, alsmaar die hoop.

Aanraken, maar niet raken.

Notities niets meer dan een welbespraakt puberaal dagboek, over een eerste echte verliefdheid die hoop in echte liefde heeft aangewakkerd, doch heeft geblust.

Ik hou niet van je, maar je bent wel heel mooi

 

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *