Menig tiener kijkt ernaar via Youtube: influencers. Ze uploaden video’s, creëren content en verdienen er flink aan. Dat laatste is niet alleen omdat ze razend populaire video’s uploaden, ze verdienen ook door sluikreclame. Onderzoeksprogramma Rambam besloot op onderzoek in deze wereld. De kijker blijkt eerder product dan consument te zijn. En dat geldt niet alleen voor Youtube.

Waarom is de consument nu een product?
Elk medium heeft een bepaalde doelgroep die interessant is voor verschillende merken. Zo is Libelle interessant voor dekbed reclames en mannensite Manners Magazine voor autofabrikanten. Dat geldt ook voor kranten, tijdschriften en televisieprogramma’s. En Youtubers dus. Zij hebben een breed publiek van vooral jonge kijkers (tien tot negentien) en dat is enorm interessant voor merken. Rambam merkt in de aflevering ook op dat er nog maar weinig regels zijn over hoe er reclame gemaakt mag worden: ‘het is onontgonnen terrein.’

In de aflevering wordt duidelijk dat influencers veel over hebben voor het geld dat ze ontvangen voor de reclame. Zo promoot een familie vlog-kanaal een energie drankje. Als ze hadden gekeken wat het product inhield, waren ze erachter gekomen dat het drankje bedacht is door het Rambam team en een experiment was. Daarnaast is het natuurlijk ontzettend onverantwoordelijk om als ‘familie vloggers’ energie drank te promoten. Dat terzijde.

Deze ontwikkeling zal misschien niet zorgwekkend klinken, maar door over de rug van onwetende consumenten geld verdienen is wel degelijk een probleem. Vroeger was het simpel: in de krant stonden advertenties en die waren duidelijk afgebakend van het nieuws. Ook op televisie was de scheidslijn duidelijk tussen programma en reclame.

Maar door het veranderende medialandschap vechten media om te kunnen blijven bestaan. Tegenwoordig zijn voornamelijk kranten hun bestaan niet zeker. Hadden ze een decennia geleden de luxe nog om adverteerders af te wijzen, nu trekken ze alles uit de kast om adverteerders te lokken. En dat gaat ten koste van de lezer.

Om interessant te zijn voor adverteerders is het belangrijk om een groot bereik te hebben dat past bij het merk. Daarnaast wil het merk natuurlijk dat zoveel mogelijk potentiële klanten overhalen om het merk te kopen. Rob Wijnberg, hoofdredacteur van De Correspondent, zegt in dit NRC artikel dat de standaard advertentie niet meer genoeg is. Adverteerders willen verweven worden met de content: gesponsorde content. Daardoor valt het niet op als reclame en zal het meer potentiële klanten bereiken. Het wordt al jaren gedaan bij televisie programma’s. Het wordt bijvoorbeeld gesponsord door voedselmerk X en plots eet iedereen in het programma regelmatig merk X.

In de geschreven media werkt het ietsje anders, maar het komt op hetzelfde neer. Het medium schrijft een artikel over het merk alsof het een normaal artikel is, maar het is eigenlijk een reclame. Boven het artikel staat wel iets als gesponsorde content, maar het kan gemakkelijk verward worden met “echte” content.

Op zich is dit niet een heel groot probleem, naast het feit dat je je lezer verward. Lezers snappen wel dat het medium ook geld moet verdienen. Maar omdat media een grote behoefte hebben aan adverteerders zullen ze, net als influencers, er steeds meer voor over hebben om gesponsord te worden. Doordat ze afhankelijk worden van de adverteerder, wordt de consument ‘verkocht’ aan het merk. Anders gezegd gebruikt het medium zijn bereik om te geld te verdienen. De consument is een product geworden en de adverteerder consument. Het medium slechts een middel.

Wat gebeurt er als de consument een product wordt?
Wijnberg benoemt ook de ernst van de situatie in het NRC artikel. Als het medium de adverteerder gaat dienen in plaats van de consument, zal het de content ook steeds meer maken om adverteerders te trekken. Koppen die zoveel mogelijk publiek verleiden om erop te klikken en meegaan in hysterische media hypes (niemand hoeft ooit nog iets te horen over Patricia Paay in combinatie met urine). In elk geval heeft het steeds minder te maken met journalistieke kwaliteit.

Media moeten mee met de gekheid, want anders hebben ze geen bestaansrecht meer. Zonder geld, geen medium. Door de digitalisering is het een stuk lastiger geworden om de consument als consument te behandelen. Mensen zijn niet meer bereid om te betalen voor informatie, het valt immers zo te vinden. Gratis en voor niks. Het is dus niet zo gek dat de media van alles probeert om adverteerders binnen te slepen.

Maar door vooral te richten op de adverteerders is de journalistieke kwaliteit niet langer de grootste prioriteit van media. Dit heeft uiteraard effect op wat we lezen. Als achterklap nieuws meer advertentie-inkomsten oplevert, dan zullen ze dat meer plaatsen. Het gevolg is dat jij als consument niet de journalistieke kwaliteit krijgt die je verwacht en de journalistiek als vak verschraald.

Is hier iets aan te doen?
Wijnberg kennen de meesten als hoofdredacteur van het innovatieve medium De Correspondent. Daarmee is de journalist naar mijn mening zijn tijd vooruit. Een van de speerpunten zijn advertentievrij en niet laten meeslepen door de dagelijkse waan. Ook laten ze de lezer actief mee denken in het journalistieke proces van de diepgravende artikelen.

De Correspondent is een idealistisch initiatief dat zeker complimenten verdient. Maar is dit haalbaar voor alle media? Zal een Telegraaf op dezelfde manier willen werken? De kans is klein. Als consument is het belangrijk om je bewust te zijn van de sluikreclame en het ‘product zijn’ als consument.

In Actueel bespreek ik uitgebreid onderwerpen van maatschappelijk belang die nu spelen. Mijn doel is niet om mijn mening over het onderwerp te geven. Door veel (online) research te doen en zoveel mogelijk kanten te belichten, hoop ik je genoeg stof tot nadenken te geven. Voor meer Actueel artikelen zie de gelijknamige categorie. Elke maandag een nieuwe Actueel.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *