Waarom ik ongemakkelijk word van activisme

Dit is een samenvatting van mijn essay ‘Deug niet’. Wil je liever het hele essay lezen? Klik dan hieronder op ‘download’:Dit is een samenvatting van mijn essay ‘Deug niet’. Wil je liever het hele essay lezen? Klik dan hieronder op ‘download’:

Een stroom aan sociale mediaberichten over ‘black lives matter’ vult mijn tijdlijn op Instagram. Blijkbaar heb ik iets gemist: een zwarte man in Amerika is vermoord door de politie. De racismediscussie laait op en alle mensen die ik volg lijken er iets over te posten. Er bekruipt me een ongemakkelijk gevoel bij de posts. Ben ik zielig omdat ik getint ben? Of heb ik, ondanks mijn huidskleur, toch wit privilege? Ik spreek me niet uit en voel me daardoor aangesproken wanneer iemand iets plaatst in de trant van: wie zwijgt stemt toe. Een ander plaatst: tegen racisme zijn is geen mening. Er worden protesten gestart, ook in Tilburg, maar ik ga niet. Ik besluit mijn mond te houden over het onderwerp om discussies te voorkomen. Ik deug niet.

Althans zo voelt het. In dit essay ga ik in op de vraag waarom ik me zo ongemakkelijk voel bij activisme. Het gebeurt vaker, bij de klimaat- of vrouwenmars bijvoorbeeld. Waarom weet ik me geen houding te geven? En waarom zijn anderen zo zeker van hun positie die ze innemen in het debat?

Toen ik eenmaal besloten had om een essay te schrijven over activisme, ging ik juist wel de discussie aan. Wat vinden anderen eigenlijk van dit onderwerp? Ik was verrast door de reacties. Velen voelden zich ook ongemakkelijk en wisten zich geen houding te geven. Ik voelde opluchting, ik ben niet alleen. Maar niemand plaatst uiteraard over deze gevoelens; geen mening hebben is niet iets om mede te delen. Ik denk dat het mijn taak is als journalist (in opleiding) is om dit gevoel onder de aandacht te brengen. Ik had ervoor kunnen kiezen om een dagboek te schrijven en dat met niemand te delen. Maar anderen kunnen ook wat hebben aan iemand die uitzoekt waarom ze zich geen houding weet te geven. Daarom publiceer ik dit essay. Ik wil anderen aansporen om het ongemakkelijke gevoel te onderzoeken. En ironisch genoeg is dat best wel een activistische gedachte.

De hoofdvraag van dit essay is: waarom word ik ongemakkelijk van activisme? Om die vraag te beantwoorden heb ik me verdiept in drie onderwerpen: activisme, activisme bedrijven en activistische journalistiek. Door het verdiepen en te spreken met twee activisten ben ik tot een aantal inzichten gekomen. Niet alleen over het ongemak, maar ook over mijn standpunt binnen activisme.

Waarom word ik ongemakkelijk van activisme? Ik ervaar het als ontoegankelijk, niet open voor dialoog, sociale druk en niet altijd feitelijk. Maar activisme is breder dan ik dacht en bestaat in vele vormen, vormen die ik ook interessant vind. Neem journalistiek, mijn studie. Journalistiek activisme is een onderwerp dat een essay op zich verdient om uitgezocht te worden. Interessant is het zeker. Een laatste inzicht is dat ook activisten het niet eens kunnen zijn met elkaar. Er bestaan veel verschillende meningen over hoe een probleem geagendeerd moet worden. Die verschillen zijn mooi, maar ook lastig. Dit inzicht leert mij dat ik niet alleen ben in mijn interne strijd en dat er vragen gesteld mogen worden.

Ik ben erachter gekomen dat activisme in vele vormen bestaat. Zelfs dit essay zou je kunnen opvatten als activistisch. Lastig aan het schrijven ervan is om gevoelens af te zetten tegen feiten. In de journalistiek is het niet gebruikelijk om in de ik-vorm te schrijven en om je eigen mening in te etalage te zetten. Dat is wel wat ik nu heb gedaan. Niet alleen om anderen inzicht te geven in mijn mening, maar vooral om lezers aan te moedigen niet bang te zijn voor hun mening. Wat dat betreft hebben de activisten op sociale media misschien wel gelijk: wees niet stil. Daarmee bedoelden zij misschien roep je uit over racisme, maar ik bedoel daarmee: ga het aan. Ga wel in discussie en bespreek je ongemakkelijke gevoelens.

Op het moment dat ik besloot een essay te schrijven, verdwenen de ongemakkelijk gevoelens. Nu kon ik iets met wat ik voel. Nu kon ik anderen duidelijk maken waarom ik niet naast ze sta op een protest, of een plaatje post op Instagram. Maar eerlijk gezegd viel het schrijven ervan me tegen. Niet in de zin dat ik het niet leuk of interessant vond. Maar omdat ik bang ben dat ik iets verkeerd schrijf. Wie stoot ik tegen het zere been? Wil ik het nog steeds publiceren? Nieuwe ongemakkelijke gevoelens wellen op bij het idee dat iedereen dit kan lezen. Maar ook daar wil ik voor staan. In de toekomst ga ik ongetwijfeld nieuwe dingen leren waardoor ik misschien niet meer volledig achter dit essay sta. Maar ook dat is oké. Een mening is niet hetzelfde als een arm of been, een mening mag je loslaten.

Dit essay is verre van perfect, wie weet heb je wat aan mijn gedachten. Maar het draait vooral om de boodschap: onderzoek je eigen gevoelens, ook als die niet helder zijn. Misschien juist dan. Kijk ze recht aan, met een onbevangen blik, zonder oordeel. Ik zie ook jouw essay graag tegemoet.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *